Wiel Verheesen haalt herinnering op aan ……1966

Geen vergunning voor Ronde van Midden-Limburg

Uiteraard speelt het financiële plaatje een belangrijke rol bij de organisatie van een wielerwedstrijd. Maar er zijn ook nog andere zaken die meetellen. Voor plaatselijke ronden zal alleen het gemeentebestuur het licht op groen moeten zetten. Als het een wedstrijd van-stad-naar-stad  of etappekoers betreft dienen niet alleen de burgemeesters van de doorkomstplaatsen hun fiat te geven. Bovendien komen er dan nog andere overheden aan te pas zoals het provinciebestuur en het ministerie van verkeer en waterstaat. Daarbij is het advies van de politie die voor de begeleiding van de karavaan moet zorgen natuurlijk nog een ander belangrijk aspect.

Nee, het organiseren van een wielerronde is geen sinecure. Zo kon het gebeuren dat het doorgaan van de eerste Amstel Gold Race op 30 april 1966 geruime tijd onzeker was omdat ’Den Haag’ maar niet met de allesbeslissende toestemming over de brug wilde komen. Pas vier dagen vóór de première kwam het verlossende telefoontje. Daarentegen heeft ondergetekende, heel lang geleden, ondervonden hoe mooie plannen voor een wielerronde botweg verijdeld kunnen worden. Het betrof de Ronde van Midden-Limburg op een september-zaterdag in …. 1966. Die kon niet doorgaan omdat ’hogerhand’ geen toestemming gaf. De drukte op de openbare wegen en de hinder die het verkeer zou ondervinden door de passage van een wielerkaravaan werden als argumenten voor de weigering gebruikt. De overheid had het negatieve advies opgevolgd van de toenmalige politiecommandant in het district Roermond. Er waren niet voldoende manschappen beschikbaar voor de begeleiding van het peloton. Voorts zou het oversteken van de rijksweg Sittard-Roermond ter hoogte van Pey-Echt en de twee passages op de Napoleonsbaan in Ittervoort verkeerstechnisch te bezwaarlijk zijn, aldus de verklaring die de  Hoofdingenieur-Directeur van de Provinciale Waterstaat in Maastricht stuurde. Let wel, de pijnlijke mededeling werd pas enkele weken vóór de geplande datum verstrekt.

De Ronde van Midden-Limburg betrof een wedstrijd voor amateurs, thans: Eliterenners-zonder contract en Beloften. De route was uitgestippeld in vijftien gemeenten. Van herindelingen die dit aantal in het begin van de huidige eeuw minimaliseerden was destijds nog geen sprake. Alle vijftien gemeenten hadden trouwens binnen de kortste keren een verklaring van geen bezwaar tegen doorkomst afgegeven. In de meeste plaatsen was een korte uitleg, soms alleen een telefoontje, voldoende geweest voor het benodigde papiertje. Als startplaats was Pey-Echt gekozen. De eindstreep zou na 160 kilometer in Thorn liggen, niet toevallig de woonplaats van de toenmalige KNWU-consul in Limburg, Jos Reinders. Er was ook gezorgd voor een aantal wagens in de publiciteitskaravaan (want er moesten uiteraard duiten op tafel komen) en in de finishplaats had de supportersclub van de aldaar woonachtige amateurrenner Willy Geraeds voor een afwachtingprogramma gezorgd. Kortom, het zag er allemaal goed uit. Op papier.

Omdat ik destijds als jonge freelance-journalist vaak present was in Olympia’s Tour en de vaderlandse klassiekers had ik de ploegleiders al goed leren kennen. Ik hoefde me dan ook geen zorgen te maken over de samenstelling van het rennersveld. Piet Libregts, Herman Krott, Henk Faanhof, Rini Roks, Jan Bakkers, om slechts de chefs d’equipe van teams als Acifit, Amstel, Locomotief, Breda Bier en het Limburgse Kalmi te noemen, gaven mij de garantie met een sterke afvaardiging naar Midden-Limburg te komen. Zo zou Harrie Steevens (die kort vóór zijn overstap naar de profs stond) namens Amstel starten evenals Fedor den Hertog en onder meer Jan van Katwijk. Echte mannetjesputters, derhalve. Tot de andere zestallen waaruit menige beroepsrenner is voortgekomen behoorden de latere zesdaagse-koning René Pijnen, Leo Duyndam, rassprinter Henny van Rooy, kersverse amateur Jan Krekels, John Schepers, Theo van de Kort, Michel Evers en Leo Motké. Wielerclub Bergklimmers had onder meer Chris Pepels ingeschreven en uit het buitenland zou een Zwitserse formatie komen. Het was duidelijk: er hoefde niet over kwaliteit en kwantiteit gemopperd te worden.Alllicht dat het schrappen een desillusie betekende.

Overigens, de afwachtingwedstrijden in Thorn gingen wél door. Jean Hermans uit Valkenburg won bij de adspiranten. Zijn streekgenoot Ger Harings die enkele weken eerder nog Nederlands kampioen op het circuit van Zandvoort was geworden zegevierde bij de nieuwelingen. Na de niet-doorgegane Ronde van Midden-Limburg ’66 heb ik geen tweede poging meer ondernomen. Het journalistieke werk vergde steeds meer tijd. Ik verruilde mijn freelance-status voor een vast dienstverband en kwam sindsdien ook beroepshalve in de grote wielerronden terecht. Voor het organiseren van wedstrijden op persoonlijke titel was geen tijd meer, ook niet na mijn verhuizing van Midden- naar Zuid-Limburg. Maar toen de mensen die de Hel van Voerendaal op poten zetten mij na mijn pensionering bij de krant (rond de eeuwwisseling) vroegen om lid te worden van hun comité aarzelde ik niet. Ik heb er nog steeds geen seconde spijt van gehad.

Wiel Verheesen