Limburg al héél lang een wielerland

Het feit dat in Limburg al zes keer een wereldkampioenschap heeft plaats gevonden maakt duidelijk dat hier echt een wielercultuur heerst. In ieder geval, geen regio of stad, elders op de aardkloot, heeft vaker zo’n strijd om de regenboogtrui meegemaakt, hoewel diverse locaties in o.a. Vlaanderen, Frankrijk, Italië en Duitsland er natuurlijk óók mogen zijn, net als Kopenhagen dat de elite van het wegrennerskorps zelfs vijf maal binnenhaalde.

Maar niet alleen de WK’s (inclusief de mondiale titelstrijd 2018 in Valkenburg voor cyclocrossers) zijn de evenementen waarop Limburg trots mag zijn. Denk ook aan de keren dat de Tour de France of Ronde van Spanje hier voor een etappefinish neerstreken (de Tour driemaal, de Vuelta een keer), zonder daarbij andere rittenkoersen zoals de Ronde van Nederland, Olympia’s Tour, ZLM Toer, Eneco Tour, Binck Bank Tour, Holland Ladies Tour en de gloednieuwe Hammer Series te vergeten. Trouwens, de Amstel Gold Race die al meer dan een halve eeuw bestaat zou nooit de mondiale uitstraling hebben gekregen als het strijdtoneel vanaf de eerste editie (1966) niet op de Cauberg, Eyserbosweg, Keuteberg, Gulperberg, Slingerberg en andere hellingen had gelegen. Over de tientallen nationale kampioenschappen in Valkenburg, Geulle, Meerssen, Maastricht, Simpelveld, Gulpen, ga zo maar door,  hoeven we het dan niet eens te hebben. Die zijn (bijna) te talrijk om ze allemaal in herinnering te roepen.

In ieder geval, wielrennen hoort net zo goed bij Limburg als de Maas, de heuvels en de Bourgondische stijl van leven, zonder daarbij over het hoofd te zien dat vooral in de laatste jaren de plaatselijke ronden, de zogenaamde criterium voor amateurs, erg geslonkenzijn. Zelfs wedstrijden als de Kernen-Omloop Echt-Susteren en Drielandenomloop hebben het loodje gelegd, waar dan weer tegenover staat dat de Volta Limburg Classic (de vroegere Hel van het Mergelland), alsook de Ronde van Limburg, Eurode-Omloop, Ton Dolmans Trofee, Hel van Voerendaal, Klimtijdrit Camerig, Omloop van de Maasvallei en de nog vrij jonge Klimclassic in Berg en Terblijt de kalender blijven sieren. En volijverige organisatoren in Buchten, Brunssum, Mechelen, Ospel, Well, Heerlerheide, Ulestraten, Schinnen (we zijn niet eens compleet in deze opsomming) zetten er eveneens de schouders onder om de sport op twee wielen ook voor de toekomst veilig te stellen. De diverse toertochten op hun beurt zijn dan weer een ander bewijs van de liefde voor de fiets.

Mijmeren over het verleden mag gerust, onder meer over de tientallen renners van eigen bodem die in de Tour, de Giro, de Vuelta, het WK en de Olympische Spelen  van de partij waren, of over de jaren dat Limburg nog een zesdaagse had die twaalf keer in de Maastrichtse Eurohal en later ook nog één keer in het MECC werd  gehouden, of over de keren dat Limburgse clubploegen, vooral van de toenmalige TWC Maastricht, de voorganger van de huidige TWC Maaslandster Zuid-Limburg, werden afgevaardigd naar de Ronde van Joegoslavië, Omloop van de Twaalf Kantons en Flêche du Sud in Luxemburg,  Ronde van Ierland, Ster van Namen, Ronde van Belgisch Limburg en Triptique Ardennais. Ze blijven voortleven in de gedachten van velen.

Maar de tijd waarin we nú leven met mondiale toppers als Tom Dumoulin en Wout Poels  - zonder daarbij Roy Curvers, Mike Teunissen, Rob Ruijgh, Jaap Kooyman, enzovoort  over het hoofd te zien - doet het Limburgse wielerhart  óók nog altijd kloppen. Daar doen de jaren van weleer en veranderingen in de maatschappij niets aan af.

Wiel Verheesen